Door Peter Vandermeersch
Zal betrouwbare journalistiek dit decennium overleven? Die vraag echode in mijn hoofd toen ik de verontrustende conclusies las van een nieuw rapport van de International News Media Association (INMA), die vorige week zijn Europese Nieuwsmediaconferentie in Dublin hield. Toen INMA’s directeur Earl Wilkinson, een van ’s werelds meest gerenommeerde experts in dit vakgebied, de woorden “journalistiek” en “overleven” in één adem gebruikte, was dat geen hyperbool — het was een heldere waarschuwing.
Wat het meest opvalt in INMA’s studie is dat die eigenlijk niets nieuws bevat. Wat nieuw is, is de snelheid en kracht van de storm die op ons afkomt. Gedrukte kranten verdwijnen. Digitale poortwachters — grote technologiebedrijven als Google, TikTok en Meta — bepalen via ondoorzichtige algoritmes welk nieuws we te zien krijgen, maar ook wat begraven wordt. Niet-democratische actoren nemen de journalistiek onder vuur. Waarheid moet concurreren met verzonnen narratieven, terwijl sociale media — soms inspirerend, vaak giftig — een nietsontziende motor van desinformatie worden.
Jarenlang heb ik, als hoofdredacteur van kranten in België en Nederland, en later als uitgever en CEO van Mediahuis Ireland, collega’s, studenten en industrieleiders verteld dat deze risico’s reëel zijn. Maar eerlijk gezegd dacht ik dat ze min of meer abstract waren. Ik geloofde dat de journalistiek zich kon heruitvinden, zich kon aanpassen en haar plaats in de democratische samenleving kon behouden. Ik dacht dat we, om te overleven, in onze redacties en nieuwsorganisaties alleen maar harder moesten werken, betrouwbaarder moesten worden, beter moesten zijn.
Ik ben namelijk de eerste om toe te geven dat redacties niet altijd zo goed zijn als ze beweren te zijn. De expertise van journalisten is soms te oppervlakkig, onze vooroordelen te sterk, onze verhalen te zwart-wit, onze persoonlijke meningen te zichtbaar. Wij houden iedereen ter verantwoording, maar leggen niet altijd verantwoording af voor wat we publiceren. We geven zelden toe wanneer we ongelijk hebben.
Tijdens mijn loopbaan heb ik hard gewerkt om de kwaliteit en transparantie van onze journalistiek te verbeteren. Ik heb geprobeerd de lat hoger te leggen. In die tijd heb ik de overgang van print naar digitaal begeleid. Dat viel samen met misschien wel een nog belangrijkere culturele verandering in onze redacties, die meer dan ooit lezer gericht werden, meer dan ooit bereid om ons zelf in vraag te laten stellen.
Ik was ervan overtuigd dat ik daarmee hielp de journalistiek te laten overleven in een tijdperk van desinformatie.
Vandaag ben ik er niet langer zeker van dat dit voldoende is. Het INMA-rapport bevestigt dat we een perfecte storm binnenvaren. Abstracte bedreigingen zijn onmiddellijke gevaren geworden, die niet alleen de journalistiek maar ook de democratie zelf doen wankelen.
Recente krantenkoppen benadrukken dit. Deze maand, vlak voor de publicatie van het INMA-rapport, lanceerde Donald Trump een rechtszaak van $15 miljard tegen The New York Times, wegens “valse en denigrerende” berichtgeving. Zijn zaak werd meteen door een federale rechter verworpen, maar juridische experts stellen dat het doel eenvoudigweg was journalisten te intimideren, kritiek te onderdrukken en verontwaardiging tegen de media aan te wakkeren.
In dezelfde week schorste ABC, eigendom van Disney, de late-night tv-presentator en komiek Jimmy Kimmel nadat hij het politieke misbruik van Charlie Kirks dood veroordeelde en kritiek leverde op Trumps reactie op het verlies van een naaste medewerker. De Amerikaanse president prees de schorsing van Kimmels show als “goed nieuws”, terwijl anderen het zagen als een waarschuwing: mediavrijheid is niet langer vanzelfsprekend. (ABC heeft Kimmel intussen hersteld).
Het zou naïef zijn te denken dat bedreigingen tegen de pers beperkt zijn tot de VS. Recente rapporten wijzen op ernstige schendingen van de persvrijheid in EU-landen als Griekenland, Hongarije en Roemenië. Online misbruik, waaronder gecoördineerde lastercampagnes en bedreigingen, blijft de meest voorkomende vorm van aanval op mediaprofessionals in heel Europa, waarbij ze soms zowel in hun werk als in hun privéleven worden geviseerd. Een van de plekken waar Mediahuis kranten heeft, Noord-Ierland, blijft de gevaarlijkste regio voor journalisten in het VK, met persvrijheid die ernstig wordt ondermijnd door direct geweld, intimidatie en ineffectieve staatsbescherming.
Nog maar vorige week meldde een enquête van het in Stockholm gevestigde International Institute for Democracy and Electoral Assistance dat de persvrijheid in een kwart van de onderzochte landen was verslechterd — de sterkste achteruitgang sinds het begin van de dataset een halve eeuw geleden.
Overal staan vrije samenlevingen voor een harde keuze: wanneer echte journalistiek en kritische commentaren worden onderdrukt, vullen propaganda en nepnieuws snel het vacuüm en verzwakt de democratie. Wat moet er dus gebeuren?
INMA identificeerde drie pijlers om de journalistiek te beschermen:
- Erken journalistiek als democratische hoeksteen
Journalistiek is geen luxe: het is een publiek goed. We moeten de redactionele onafhankelijkheid en persvrijheid versterken in wet en praktijk. We moeten mediageletterdheid opschalen, jong en oud uitrusten met het vermogen betrouwbare nieuwsbronnen te herkennen — en erom te vragen. Constructieve journalistiek moet niet alleen de problemen van de wereld blootleggen, maar ook mogelijke oplossingen belichten. - Vergoed journalistiek werk eerlijk
Als journalistiek wil overleven, mag journalistieke inhoud niet worden gestolen of gedevalueerd. Vandaag schrapen grote taalmodellen miljoenen persartikelen om AI-systemen te trainen, vaak zonder toestemming of vergoeding. Dit auteursrechtmisbruik leidt inmiddels tot rechtszaken. Grote uitgevers dagen technologiereuzen als Microsoft en Google voor het ongeoorloofd gebruik van hun werk. Hoewel er enkele licentiedeals in de maak zijn, blijven veel geschillen onopgelost, en zal nieuwe regelgeving jaren duren. Ondertussen zuigen algoritmen lezers en inkomsten weg van degenen die het nieuws daadwerkelijk verzamelen. - Maak eerlijke concurrentie mogelijk op de digitale markt
Google, Meta, TikTok en andere online platforms hebben enorme macht over de ontdekking en distributie van nieuwscontent. Hun algoritmen kunnen een nieuwsmedium maken of breken. Deze platforms houden een onevenredig groot deel van de digitale advertentie-inkomsten vast en smoren competitieve innovatie, waardoor middelen voor kwaliteitsjournalistiek worden uitgehold. Alleen regelgeving die afdwingbaar, transparant en mondiaal is, kan ervoor zorgen dat platforms hun macht niet misbruiken en onafhankelijke journalistiek kan bloeien.
Deze “pijlers” die INMA identificeert zijn bedoeld om een nieuw maatschappelijk contract tussen media en technologie te creëren, waarin kwaliteitsjournalistiek kan gedijen.
Is dit alles een pleidooi pro domo? Zeker. Ik geloof dat journalistiek nog steeds een van de meest geweldige beroepen is en prijs me gelukkig dat ik er de mooiste zaken heb mogen doen. Ik wil kwaliteitsjournalistiek behouden en zelfs verbeteren. Ik hou van kranten, grote onderzoeksverhalen, uitdagende analyses, indrukwekkende fotografie en opiniestukken van mensen met wie ik het volledig oneens ben.
Maar deze oproep gaat over veel meer dan over het behoud van de journalistiek: het gaat over het soort samenleving waarin we willen leven. Wanneer journalistiek verzwakt, lijdt het maatschappelijk vertrouwen, en verzwakt de democratie. Dat mogen we niet laten gebeuren.
Vandaag is het World News Day. De boodschap is eenvoudig en urgent: elke dag onderzoeken, analyseren, verklaren en onthullen journalisten misstanden. Dit is het moment om te kiezen voor waarheid. Kies feiten. Lees, luister, kijk. Abonneer je. Doneer. Registreer. Kies journalistiek.

Peter Vandermeersch was hoofdredacteur van De Standaard (1999-2010) in België en van NRC in Nederland (2010-2019). Van 2019 tot 2025 was hij uitgever en vervolgens CEO van Mediahuis Ireland. Op 1 oktober start hij in een nieuwe rol als Mediahuis Fellow, Journalistiek & Maatschappij.